Golfen op een verenigingsbaan als niet-lid onmogelijk? De feiten laten gelukkig iets heel anders zien
In dit artikel:
De Volkskrant-weergave dat niet-leden vrijwel nergens op verenigingsbanen kunnen spelen, klopt volgens de schrijver van dit betoog niet met de feiten. Nederland telt ruim 465.000 geregistreerde golfers; meer dan de helft is geen lid van een vereniging met een grasbaan. Op basis van door de Nederlandse Golf Federatie (NGF) verzamelde data zijn de speelmogelijkheden voor niet-leden veel ruimer dan in het Volkskrant-artikel werd gesuggereerd.
Feiten in vogelvlucht:
- Nederland heeft 273 unieke golfterreinen, waaronder ruim 20 pitch & putt-locaties.
- In totaal bestaan er ongeveer 521 9-holes lussen (inclusief ruim 50 op pitch & putt).
- Zonder NGF-golfbaanpermissie kun je al op meer dan 140 korte 9-holes lussen terecht; met die permissie zijn dat er ruim 240.
- Na het behalen van handicap 54 is ongeveer 85% van alle lussen bespeelbaar voor golfers.
Veel van die lussen horen bij verenigingsbanen waar greenfeespelers doorgaans welkom zijn; inkomsten uit bezoekers zijn vaak nodig voor exploitatie. Er zijn wel beperkingen: circa 25 banen hanteren gastrestricties (handicaplimieten of beperkte starttijden). Als concreet voorbeeld noemt de briefschrijver de Koninklijke Haagsche Golf & Country Club: gasten mogen alleen doordeweeks spelen en er geldt een maximale exacte handicap van 24, terwijl delen van weekend en vrijdagmiddag voor leden gereserveerd zijn. Strikt uitnodigingsbeleid is slechts bij een handjevol clubs van toepassing, bijvoorbeeld The International.
De auteur wijst erop dat de Volkskrant-formulering — dat spelen als niet-lid “non-existent” zou zijn — onterecht een elitaire, ontoegankelijke indruk van de sport verspreidt. Er bestaan zeker clubs met ballotage, entreegelden of hoge contributies, maar de Nederlandse golfmarkt is sterk gesegmenteerd: van laagdrempelig en betaalbaar tot zeer exclusief. Wel erkent de schrijver dat sommige golfers zich op bepaalde banen niet welkom kunnen voelen; Groenendijk, directeur van Golfbaan Delfland, noemde dat gevoel zelfs “extreem ongemakkelijk”. De brief houdt zich echter aan de cijfers en benadrukt dat bijna alle banen openstaan voor niet-leden, ook al kunnen er praktische beperkingen gelden.