'Er was een discussie over een regelkwestie en beide partijen werden het niet eens: wat moet je dan doen?'
In dit artikel:
Een aantal veelvoorkomende regelvragen uit golf zijn door de NGF beantwoord door Karianne Vuurens en Robert Hage.
Provisionele bal gevonden terwijl originele bal teruggevonden wordt
Als je een provisionele bal hebt geslagen maar vervolgens je oorspronkelijke bal vindt, is de provisionele bal uit het spel. Als je per ongeluk tóch met die provisionele bal slaat, heb je een verkeerde bal gespeeld: dat levert de algemene straf op — twee slagen in strokeplay en verlies van de hole in matchplay. Belangrijk is dat een provisionele bal alleen toegestaan is als redelijk zeker is dat de originele bal zoek of out of bounds is; anders verandert het noemen “provisioneel” niets aan de regels.
Wanneer telt een bal als “uitgeholed”?
Een bal geldt als uitgeholed wanneer hij stil ligt onder het oppervlak van de green. Als de bal stil tegen de vlaggenstok ligt en enig deel van de bal onder het oppervlak zit, wordt dat ook als uitgeholed gezien. Ligt de bal echter alleen tegen de stok zonder enig deel onder het oppervlak, dan is hij niet uitgeholed; als bij het weghalen van de vlag de bal alsnog in de hole valt, moet deze teruggeplaatst worden op de rand zonder straf en de volgende slag telt.
Voorbeeld met hindernis en “provisionele” bal
Als een speler de bal in een hindernis (rode palen) heeft geslagen en het vrijwel zeker is dat die bal de hindernis ingegaan is, mag hij geen provisionele bal spelen tenzij daar uitdrukkelijk een lokale regel voor is. Noemt een speler een tweede bal “provisioneel” terwijl die niet toegestaan was, dan heeft hij feitelijk een nieuwe bal in het spel gebracht (slag en afstand) en is de oorspronkelijke bal niet meer zijn bal in het spel. Een poging om later die oorspronkelijke bal te spelen is spelen van een verkeerde bal en levert de algemene straf (bij matchplay verlies van de hole).
Onzekerheid over of een bal de overkant van een waterhindernis heeft geraakt
Bij een hindernis waarbij niet met minstens 95% zekerheid kan worden vastgesteld of de bal de overkant heeft geraakt en teruggekaatst is, bestaat er aan de overkant geen referentiepunt om te droppen. Bij een gele hindernis (water) heeft de speler drie opties: spelen zoals de bal ligt, spelen vanaf de plaats waar de bal het laatst is geslagen, of een dropplek achterwaarts in de lijn van het denkbeeldige punt waar de bal de hindernis zou hebben gekruist (de zogenaamde lig-lijn-lijn-regel). Een speler die zonder die bevoegdheid aan de greenkant dropt en daar verder speelt, heeft van de verkeerde plaats gespeeld en krijgt de algemene straf (in matchplay verlies van de hole). Als er onenigheid bestaat over de feiten, mogen spelers vóór het volgende afslaan of vóór het definitief vaststellen van de uitslag de commissie/arbiter vragen om een uitspraak; weigert men dat en geeft een speler de hole weg, dan is de uitkomst daarmee beklonken.
Kort gezegd: veel fouten ontstaan door verkeerde aannames over wat “provisioneel” mag, onduidelijkheid over waar een bal ligt ten opzichte van een hindernis of door verkeerd droppen. Bij twijfel kan en moet de arbiter/commissie worden ingeschakeld om geschillen en grote consequenties te voorkomen.